AVANT GARDE
de mens als maat der dingen

De les van de Renaissance betreft vooral het vermogen om een nieuw gebouw uit te vinden dat zowel gebaseerd is op de oude proportieleer van de Antieken (ontleend aan de ruïnes en de geschriften) als op nieuwe ontwerpmethoden zoals het perspectief. Er ontstond een antropocentisch wereldbeeld met de mens als ‘uomo universalis’, dat ons nu nog altijd in zijn greep tracht te houden, ook al sprak Nietzsche reeds in de 19e eeuw van een ‘menselijk, al te menselijk’.

De architect-kunstenaar Brunelleschi realiseert de nieuwe ruimteopvatting door zijn uitvinding van het centraalperspectief op het Middeleeuwse plein voor het Florentijnse stadhuis te projecteren. Maar als hij tezamen met andere opdrachten voor de Gilden een grote koepel – als de inventieve reconstructie van het Romeinse Pantheon - op de Gotische kathedraal Santa Maria del Fiore weet te plaatsen is op onweerlegbare wijze het Humanisme tot uitdrukking gebracht.

Alberti toonde - meer als architect-wetenschapper - zijn inventiviteit door een eveneens bestaande Gotische kerk, de Santa Maria Novella, van een klassiek geproportioneerde gevel te voorzien. Zijn ontwerp voor de Santa Andrea te Mantua toont met zijn terugkeer op de Romeinse triomfboog een concept, dat met een repetitie ervan een kerkgebouw schept, dat aan de gotische kathedraal een alternatief biedt.

Beide architecten tonen een intrigerende synthese tussen het Antieke repertoire en een moderne interpretatie ervan. Ook nu ontstaan talloze concepten (denkbeelden) die door de studie van voorbeelden (paradigma’s of precedenten) tot architectonische uitvindingen leiden. Het gaat hier zowel om een breuk als om een voortzetting van het verleden. We spreken dan van een kritische of creatieve imitatie die zich van een slaafse navolging onderscheidt.

De term Avant Garde is bij uitstek verbonden met het 20e-eeuwse élan van de moderne beweging, maar zo merkt de historicus Benevolo op, als hij de wortels van een falende Moderne Architectuur rond de jaren ’70 blootlegt :
het is in de Renaissance begonnen met ‘the new inventors’ zoals Brunelleschi, die op grond van het Romeinse Pantheon zijn koepelontwerp te Florence opnieuw ‘uitvindt’ en zoals Alberti, die voor zijn kerkontwerp in Mantua de Romeinse triomfboog inzet om de nieuwe tijd en mentaliteit aan te kondigen.
Het gaat hier om via nieuwe inzichten in de proporties en geometrie van de architectuur, in het perspectief en in de nieuwe politieke verhoudingen een voorsprong af te dwingen : zo stuwt deze avant garde vooral een artistieke ontwikkeling. Een ander historicus Rykwert zal op de First Moderns wijzen, die tijdens de Verlichtingsperiode de wetenschappelijke ontwikkeling van architectuur voorstaan. Tenslotte zal Tafuri de avant garde een elitaire houding verwijten, maar vooral de vraag stellen naar de overschatting van de architectuur als middel om de wereld te verbeteren, Wat na de heldenrol van de architect tenslotte overblijft is zijn eigen discipline, ingebed in een historisch besef, maar nog altijd met de uitdaging om met een vermetel ontwerp de zekerheden van het bestaan te ondervragen en te prikkelen.

Naast het feit, dat de Renaissance een periode betreft, waarin de Klassieke Oudheid, met name het culturele erfgoed van het Romeins Imperium, wordt gereconstrueerd wordt er vooral een nieuwe mens geboren. Het is de mens, die in de voetsporen van de goddelijke schepper zichzelf universele eigenschappen toedicht: uomo universalis. Hij tekent zijn ideaal geproportioneerd lichaam in de plattegrond van bijvoorbeeld een kerk in en neemt hierbij de plaats in van de gekruisigde Christus, die in de Middeleeuwse Gothiek de ‘blauwdruk’ van de architectuur vormde. Deze inprenting van ‘the perfect body’ geldt tenslotte alle gebouwen, zowel op het niveau van de stad als op het niveau van het bouwkundig detail. Het gehele architectuuridioom is zo, door en door, door menselijke maatstaven bepaald, dat we spreken over een antropomorfe architectuur. Het is een steen geworden Humanisme, dat overigens de gehele cultuur doortrekt en dat tevens eeuwenlang met alle mogelijke transformaties van hetzelfde motief : de mens als de maat der dingen.

Pas aan het einde van de Moderne Architectuur weerleggen architecten zoals Eisenman het concept van deze antropocentrische architectuur in het onderscheid tussen de ‘presentie’ van de architectuur zelf en haar ‘representatie’ dat als betekenissysteem het gebouw verhult.

o
oefening AVANTGARDE


het extrapoleren van klassieke schoonheidsprincipes en constructiebeginselen.

Gegeven zijn Brunelleschi’s koepel te Florence en het Pantheon in Rome,
respectievelijk Alberti's St.Andrea te Mantua en de Romeinse triomfboog.
Beide architecten gaven een nieuwe wending en een nieuw leven aan een Christelijk gebouw door de herontdekking van de klassieken, in dit geval de Romeinen.

Beschrijf deze wending, en schets op grond van doorsneden, plattegronden en gevels de verschillen en overeenkomsten tussen de getoonde voorbeelden en hun nieuwe interpretaties. Maak bij de schetsen gebruik van proportionele analyses en/of perspectief (close-up van onderaf bijvoorbeeld).


IN DE ZEYLLIJN: Avantgarde

thema: avantgarde
voorbeeld: brunelleschi, alberti. het toepassen van principes en methoden
denkbeeld: castex: 'methode', wittkower:"principes"

avantgarde: bewustzijn, architect versus volk, strijd, kunstenaar versus ambacht, utopie, gilde versus vrije ondernemer

renassaince: wedergeboorte en herorientatie
de klassieken, ruines, romeins imperium, letteren

humanisme: rede versus geloof
mens ipv god centraal
zelf-onderzoek
uome universale
studie van de natuur

perspectief:
ideale ruimte
ideale stad

stadstaat:
geldadel
krijgskunst
paus versus keizer

(guelfen versus ghibelijnen)

florence:
bakermat
stedelijke transformatie
podium voor de avant garde

architecten:
brunelleschi:
uivinding perspectief
koepel dom van florence
vondelingen tehuis
alberti:
uomo medicre
pater familias
re edificatore : de 10 boeken
kerken in mantua en rimini
   
- DE ASSISTENT :
Hoe goed kan een gebouw zijn? Je kunt daarover piekeren tot je een ons weegt, maar de vraag dient zich pas echt aan, als je een gebouw ziet waarvan je met zekerheid weet dat het briljant is, maar niet precies weet waar 'm dat in zit.
In de Renaissance nu moet een goed gebouw voldoen aan bepaalde proportionele regels. In deze oefening haal je ze d'r uit.
Vergelijk de 2 gekozen gebouwen met elkaar. Kies uit: de Romeinse triomfboog en Alberti's kerk in Mantua, of vergelijk het Pantheon in Rome met de koepel van Brunelleschi in Florence. Zoek overeenkomsten en verschillen in:

1. Bouw, afmetingen, en functie. Hoe zit het gebouw in elkaar? Vermeld: 1) bouwtechnische opzet, 2) de afmetingen (neem je bijv. de koepel, vermeld dan afmetingen van doorsneden en hoogten) en 3) de functies.
Licht ook de lichttoetreding toe.
2. Symboliek. Vraag jezelf af wat het betekent om bijvoorbeeld een triomfboog voor een kerk te plaatsen. Neem je de koepels: zoek dan naar soortgelijke interpretaties.
3. Proporties en verhoudingen.

bij 3: Verhoudingen zijn in de Renaissance belangrijk. Het grafisch perspectief is net uitgevonden, je kunt je voorstellen wat voor een verbijsterende indruk zoiets maakt. De Gulden Snede wordt ontdekt en onmiddellijk ingezet, een verhouding die tot op de dag van vandaag fascineert.
Bekijk plattegronden en gevelaanzichten. De Gulden Snede, het vierkant, de driehoek zijn er in terug te vinden. Dit wordt in de oefening bedoeld met de "proportionele verhoudingen". Haal ze eruit! Als voorbeeld staan onder de link 'afbeeldingen' de proportionele verhoudingen van de gevel van Alberti's kerk in Mantua, de Santa Maria Novella. De plattegrond heeft eveneens een dergelijke opbouw.

Toegift: De Renaissance ontwerpen zijn bizonder strak uitgelijnd. Ontwerpen op basis van perspectief komt pas in de Barok goed opzetten. Het is daarom misschien mogelijk om een Renaissance ontwerp in een perspectief te plaatsen (er zijn verschillende perspectieven, in de text wordt bijv. het kikkerperspectief genoemd) en op basis van de zichlijnen die dan ontstaan, het ontwerp te veranderen. Om te overdrijven misschien, of om het gebouw juist een bescheidener aanblik te geven, kortom, speel met de nieuwe zichtlijnen die je vroeg Avantgardistische collega's nog niet hadden belichaamd. Het ontwerp komt dan zogezegd in de Barok terecht.

bij 2: Brunelleschi ontwerpt een enorme koepel voor op de
Santa Maria del Fiore in Florence, zijn inzending voor een destijds uitgeschreven ontwerpwedstrijd. De jury is enthousiast; een dergelijke cross-over was nog nooit vertoond. De koepelvorm brengt mensen op een andere manier bij elkaar dan in de middeleeuwen volgens de kruisplattegrond gebruikelijk was. De ronde koepelvorm krijgt zo een betekenis, zowel ten tijde van de Romeinen als in de Renaisance. Welke?

Voor de triomfboog en Alberti's kerk gelden weer andere interpretaties. Het geloof verliest snel aanhangers; wetenschappelijke ontdekkingen doen de kerkelijke dogma's teniet. En juist dan, een triomfboog! Waarom?

bij 1: Met name bij de koepels is ook de lichttoetreding interessant, en hoe het licht daardoor binnen valt. Probeer eens voor te stellen wat een overspanning van 42m met je doet. Ga d'r maar aanstaan! De hoogte van het Tu/e hoofdgebouw (ongeveer 13 etages van 3m) steekt Brunelleschi's in z'n hoed met z'n overspanning van 42m. En bekijk ("op grond van doorsneden") hoe beide koepels in elkaar zitten.