OORSPRONG
feiten en ficties in de
geschiedschrijving
Alvorens geschiedenis meer systematisch werd
geschreven bestond voor iedere cultuur een scheppingsverhaal, waarin
aanvankelijk op beeldende en non-verbale wijze de eigen mythologie
een achtergrond vormde voor culturele objecten zoals
bouwwerken.
Het is een
geschiedschrijving van de eeuwige duur, waarin de wereld van de
goden de achtergrond vormde van onsterfelijke gebouwen. Gebouwen
waren echter net als de mensen sterfelijk; hun feitelijkheid is met
de mythe van de eeuwigheid verbonden. Zo gold ook voor de
geschiedschrijving zoals die van Herodotes en Homerus, dat de feiten
en ficties met elkaar verweven waren. Iedere cultuur kent dus zowel
een scheppingsverhaal als een bakermat, waarin de eigen ontwikkeling
zou zijn begonnen. Voor een deel is een en ander op feiten
gebaseerd, maar voor een ander deel betreft het een fictie.
Allereerst kan de geschiedschrijver niet altijd over een
volledigheid aan feiten beschikken en verder geldt voor zowel de
historicus als voor de architect, dat de betrekkelijke zekerheid van
het prille bestaan paradoxaal genoeg bijdraagt aan een notie van
eeuwige waarden. Daarom noemen we alle tempels, ook al zijn het nog
slechts ruïnes, monumenten: mysterieuze plaatsen om de herinnering
levend te houden.
We accepteren dan ook de
mythe als een verloren, maar tevens hoopvol ideaal, dat ons mogelijk
weer opnieuw zal toevallen. Nog altijd laten we ons meevoeren door
de verhalen van Homerus waarin feiten en ficties ook nu nog op
gespannen voet staan. We zien de eerste geschiedschrijver Herodotus
zich verbazen over de Egyptische cultuur een aanleiding om het
'andere' onder ogen te zien : niet één oorsprong of bakermat, niet
één scheppingsverhaal of geschiedenis, maar meerdere narratieve
werkelijkheden bepalen ons historisch besef.
Waar de gedachte aan een
oorsprong met een geloof of een politieke overtuiging is verbonden
voorzag men altijd een ideale toekomst door de lijn van de
geschiedenis door te trekken. Het ontwerp van een dergelijke
toekomst heet utopie of ideologie, waarin de oorsprong als
legitimatie wordt gebruikt : we zouden terug moeten gaan naar het
verleden om van de fouten van de ontwikkeling te leren om ons doel
te bereiken door de traditie op moderne wijze voort te zetten. Het
is een 'houding', die ook samenhangt met de term, theorie, van het
Griekse 'theorein', die naast houding ook een 'blik' betekent 'zoals
de goden konden zien, dat wil zeggen schouwen'.
Als in de
16e eeuw Vasari de geschiedenis beschrijft van de 'levens van de
kunstenaars' ontstaat een 'gepersonificeerde' geschiedschrijving,
die tenslotte in de zogeheten 'stijlengeschiedenis' is uitgemond, en
welke met de termen : 'geboorte, wasdom en verval wordt aangeduid.
Dat wil zeggen dat de werken van de kunstenaars op een biografische
wijze werden gerangschikt om tenslotte in een concept van
voortschrijdende ontwikkeling van 'schoonheid' te worden beoordeeld.
Binnen het klassieke primitieve wereldbeeld golden de 10 boeken van
Vitruvius als maatstaven om gebouwen te ontwerpen en te realiseren.
Zijn theorie heeft eeuwenlang via eigentijdse opvattingen de
architectuur haar kwaliteit helpen verlenen om, zoals Vitruvius
stelde, 'beunhazerij' te voorkomen. Ten onrechte reduceren (!) we
vaak zijn complexe theorie tot slechts drie criteria: venustas,
firmitas en utilitas met schoonheid als hoogste spiritueel streven
als top van een driehoek met de maatstaven stevigheid en nuttigheid
als tweezijdige materiële basis. Tegenwoordig maakt het
utiliteitsdenken (als hoogste culturele notie) het begrip
'schoonheid' hooguit deel uit van een T.V. programma. ('Schoonheid
en Troost') Dit terwijl het begrip 'kwaliteit' algemeen aanvaard
lijkt, maar al even complex en discutabel is als het
schoonheidsbegrip. Onlangs stelde de architectuurhistoricus Auke van
der Woud de vraag naar verloren schoonheid in de bouwkunst via de
19e-eeuwse begrippen "waarheid en karakter". Deze worden bepaald
door een persoonlijke visie op óf een bijzondere verschijning van
het gebouw óf door zijn "bestemming": de functie.
In onze
eeuw is het doelmatige gebouw tezamen met een verantwoorde
constructie en budget dé overwegende optie geworden . Dit
functionele concept is onder meer door Durand in de 19e eeuw
radicaal geformuleerd door met schoonheid als stijlbegrip af te
rekenen en alle gebouwen in de geschiedenis op hun functie te
herleiden en te rangschikken. Zo was voor hem een tempel verwant met
een kerk, een piramide met een mausoleum. Hiermee was een eind
gekomen aan het eeuwenlange Vitruvianisme, dat echter nog altijd
latent aanwezig is, hetzij genuanceerd en kritisch ingezet hetzij
gereduceerd tot een terugkeer naar de conventies. Behalve het
Vitruvianisme bestaan nog talloze historische procédés van lange
duur, waarin ofwel de 'navolging van de Antieken' (Winckelmann)
ofwel 'unevitable trends' (Jencks) werden geponeerd. Hierin is nog
altijd het spanningsveld tussen 'verhaal' en 'feitelijke weergave'
aanwezig. Recent is de meest intrigerende architectuurroman aller
tijden de Hypnerotomachia Poliphili niet alleen volledig vertaald,
maar bovendien binnen de actualiteit herschreven.
Deze laatste parafrase van
Perez Gomez toont de verhouding tussen erotiek en macht binnen de
huidige alom aanwezige technologie van onze omgeving. Destijds ging
het de oorspronkelijke auteur Colonna om het architectuurlandschap
van de Renaissance te beschrijven door middel van het liefdesverhaal
van de hoofpersoon Poliphili. Beide teksten zijn zowel van een
fabelachtig erudiet niveau als van een eenvoud, de vertelling eigen.
En buiten deze kring van professionele historici en critici zijn er
de schrijvers zoals Hella Haasse, Milan Kundera, Umberto Eco, György
Konrád, Oek de Jong, Renate Dorrestein e.d. die behalve het 'geheim
van de schrijver' zelf uiteen te hebben gezet, hun persoonlijke
betrokkenheid met de gebeurtenissen in de tijd hebben opgevat als
een zoektocht naar een persoonlijke waarheid, waarin architectuur
vaak in de meest brede en intrigerende zin aanwezig is.
Het
is typerend voor onze postmoderne tijd, dat ieder zijn orde in de
gebeurtenissen aanbrengt. Er zijn dan ook evenveel geschiedenissen
als er schrijvers zijn. Onderscheidde Vasari in de Renaissance dus
een rangorde in de geschiedenis door via de fasen 'geboorte, wasdom
en verval' het ideaalontwerp van de kunst en de architectuur te
verantwoorden, zo motiveerden de architecten van de Moderne Beweging
aan het begin van de 20e eeuw het ontwerp voor een 'klassenloze'
internationale stijl door de oorsprong van de traditie goeddeels te
vernietigen. Recent hebben de postmoderne architect en theoreticus
ervoor gepleit om uit het kritisch samengaan van traditie en
moderniteit een nieuw chemisch huwelijk te smeden. Een huwelijk, dat
nu een uitgebreid netwerk aan inhouden en intenties
omvat.
Nog altijd blijken feiten en ficties door elkaar te
lopen of om met Rorty (grondlegger van de postmoderne filosofie en
pragmaticus pur sang) te spreken: laten we de vermeende
tegenstelling tussen beiden opheffen.
| |
|
|
| oefening OORSPRONG
het verbond tussen feiten en
fictie
Stel je voor, dat je de eerste geschiedschrijver Herodotus bent,
die toen hij Egypte binnentrok zei:
‘Hier is alles anders’,
of maak gebruik van Vasari’s biografische benadering.
Put uit je eigen persoonlijke geheugen,
van geboortehuis tot vakantiereis,
van hoogte- tot ruïnevrees, sluit een persoonlijk verbond tussen
feiten en ficties. Kortom, schrijf een verhaal!
Schrijf met krabbeltekeningen of documenten de geschiedenis
van een gebouw, stad of ruimte waarvan je wakker ligt.
Geef aan de ene kant je fantasie de ruimte, maar construeer
tevens - wellicht geïnspireerd door bijgevoegde of andere tekstfragmenten
van bestaande (geschied)schrijvers - een boven je eigen persoon
uitstijgende intrige.
Probeer een thema of motto’s te vinden als bijvoorbeeld
het lege huis, de woeste hoogte, pleinvrees, de godverlaten
ruimte, de constructie van de hemel, de stedelijke machine,
de eindeloze kelder of de kathedraal van kapitaal.
Het gaat om een architecturale vertelling, die tot een stellingname
kan leiden. Vermijd een eindeloze woordenbrij van verzinsels,
de mythe moet voorstelbaar en geloofwaardig zijn. Het gaat om
de spanning tussen feiten en fictie (de fictieve interpretatie
van de feiten, en de feitelijke geldigheid van de fictie), die
zich via een intrige in een plot ontlaadt.
Gevraagd wordt een opstel met één of meerdere illustraties.
Beperk je tekst na eindredactie tot een aantal handgeschreven
of juist strak opgemaakte pagina’s.
|
|
IN DE ZEYLLIJN: oorsprong
thema:
mythe voorbeeld: biografie, het maken (vertellen, schrijven)van
een briljant verhaal. denkbeeld: vasari,
'stijlconcept'
winkeltip: het boekje 'vasari, de levens van
de kunstenaars' genoemd in de oefening, is in paperback voor 7 euro
te koop. bij de bijenkorf liggen ze voor 2,5 euro in de afgepijsde
boekenbak.
geschiedenis van de
architectuur is de vraag naar: de oorsprong de opeenvolging
van stijlen de maatschappelijke mechanismen het
discours
geschiedenis: mythe traditie feitelijke
gebeurtenissen
geschiedschrijving: scheppings'verhaal' theorie onderzoek utopie verborgen
geschiedenis
theorie: vragen stellen aan het historisch
materiaal vanuit de actualiteit om houding (=theorie) te
bepalen
ontwerp: interpretatie
van de actualiteit vanuit een reflectie op
geschiedenis
architectuur: oorspronkelijke betekenis:
archi= "opper"/overstijgen tectoon= "hij die
bouwt"/zakelijkheid
architectuur: doel, dat
wellicht nooit geheel bereikt wordt zoals de waarheid in de
wetenschap. door naar architectonische kwaliteit te streven komt het
doel hopeloos
dichtbij... | |