|
TRACTAAT A:
Etienne Louis Boullee ( 1728 - 1799) traite sur
l'architecture (1793 - 1799) verhandeling over de
architectuur
Wat is architectuur? Moet ik haar in navolging van
Vitruvius defineren als bouwkunst? Neen. In deze omschrijving schuilt een
grote fout. Vitruvius verwart oorzaak met gevolg.
Men moet ontwerpen alvorens uit te voeren. Onze voorvaderen hebben
hutten pas gebouwd nadat ze er een beeld van hadden gevormd. Deze
geestelijke productie, deze schepping, vormt architectuur, die wij
dus definieren als de kunst om te ontwerpen en om ieder bouwwerk te
volmaken. De bouwkunst is dus slechts een secundaire kunst, die we
de wetenschappelijke kant van de architectuur zouden kunnen noemen.
Men moet het wel met mij eens zjn dat de
schoonheden van de kunst niet vastliggen als mathematische waarheden.
Hoewel deze schoonheden voortkomen uit de natuur, moet men om er gevoelig
voor te zijn en ze met succes te kunnen gebruiken, begiftigd zijn met
eigenschappen die de natuur slechts spaarzaam ronddeelt. Wat zien we in
al die boeken over architectuur? Ruines van oude tempels, die onze
geleerden zijn gaan opgraven in Griekenland. Hoe volmaakt die voorbeelden
ook zijn, ze zijn niet uitgebreid genoeg om een complete verhandeling over
de kunst te kunnen vormen. En nu, waarde lezer, vraag ik u of ik niet
met zeker recht kan stellen dat de architectuur nog in de kinderschoenen
staat, omdat men nog geen vaststaande begrippen heeft voor de beginselen
van deze kunst. Een werk met karakter scheppen betekent op de juiste
wijze gebruik maken van alle mogelijkheden om gevoelgens bij ons op te
roepen, die niet uit het voorwerp op zich voortkomen. Om te begrijpen wat
ik versta onder karakter of direct effect, kunnen we de grootse taferelen
van de natuur in beschouwing nemen. We kunnen dan constateren dat hun
uitwerking op onze zintuigen ons dwingt ons op een bepaaalde manier uit te
drukken. In ze zomer heeft de natuur haar werk voltooid; alles heeft een
volmaakte vom bereikt: groot, juist, puur. De contouren zijn duidelijk; de
manier waarop alles is uitgewerkt, verleent er edele en verheven
proporties aan; de kleuren zijn levendig, stralen en in al hun luister.
Het licht heeft een levendige en verbluffende uitwerking.
TRACTAAT
B:
Jean Nicolas Louis Durand (1760 - 1834) precies des
lecons d'architecture donnees a l'ecole polytechnique (1802 -
1805)
Architectuur is de kunst om allerlei openbare en
particuliere bouwwerken te ontwerpen en ten uitvoer te brengen.
Van alle kunsten is de architectuur de kostbaarste: het kost veel
om een doodgewoon particulier bouwwerk neer te zetten; het kost kapitalen
om openbare gebouwen te laten verrijzen, zelfs als men in beide gevallen
bedachtzaam te werk gaat; maar als men zich sclechts laat leiden door
vooringenomenheid, grilligheid of routine, worden de ermee gemoiede
bedragen torenhoog.
Ik ben geenszins van mening dat architectuur niet
kan behagen; ik beweer daaretegen dat zijn onmogelijk niet kan behagen
wanneer zij aan haar waren beginselen beantwoordt. Scheppen wij niet een
volkomen natuurlijk genoegen in het bevredigen van onze behoeften en
schenkt de bevrediging van onze meest dringende behoeften niet het meeste
plezier? Men moet er dus in de architectuur niet naar streven te
behagen, want wanneer men zich slechts inspant het werkelijke doel te
bereiken, dan is het onmogelijk dat dit niet behaagt, en wanneer men
ernaar streeft te behagen kan dit belachelijke gevolgen hebben. Pracht
en praal, afwisseling, de indruk en het karakter van een bouwwerk zijn
ongetwijfeld ook schoonheden en wekken ook genoegens op. Maar waarom
zouden wij ze zo vurig nastreven? Wanneer een bouwerk zo ingericht wordt
als overeenkomt met het gebruik waarvoor het bestemd is, verschilt het
immers al duidelijk van een ander gebouw dat eeen andere bestemming heeft.
Heeft het da niet vanzelf karakter en, wat meer is, een eigen
karakter?
Als wij goed bekend zijn met deze elementen die voor de architectuur
zijn wat woorden zijn voor het betoog of de noten voor de muziek en
waarvan detekenis onontbeerlijk is voor verdere studie, zullen we zien:
1. hoe ze onderling te combineren zijn, dat wil zeggen wat de plaats
moet zijn van het een ten opzichte van het ander, zowel in het horizontale
als in het verticale vlak.
2. hoe men door middel van deze combinaties de verschillende onderdelen
van gebouwen kan vormen, zoals portica's, portalen, vestibules, trappen
aan binnen- en buitenzijde, allerlei soorten zalen, binnenplaatsen,
grafkelders of fonteinen. Wanneer wij deze onderdelen goed kennen,
zullen we zien
3. hoe deze op hun
beurt gecombineerd moeten worden om een heel gebouw te
vormen.
|