REDE
TRACTAAT VAN DE REDE
In deze periode van de Verlichting wordt zowel aan het koele verstand geappelleerd als aan een redelijke moraal. Zo wordt het concept van de architectuur opnieuw vergeleken met dat van de Antieken, maar om de "vergissingen" van Renaissance en de escapades van de Barok te bezweren wordt allereerst een "rigoristisch" wetenschappelijke benadering vereist. En vervolgens wordt naar een democratisering van architectuur gestreefd, die via politieke omwentelingen mogelijk wordt.

Dan is er tevens de onrust van het "discours" waarin de toename aan kennis van de architectuur en de vrijheid van meningsuiting tot een schier redeloze uiteenwaaiering van "verhandelingen" leidt, ieder met zijn eigen interne logica en onverhulde kritiek, echter met onvermijdelijke externe tegenstellingen zoals o.a. tussen de "architecture parlante" van Boullee die het "karakter" vooropstelt, en de "combinatieleer" van Durand die de "doelmatigheid" laat preveleren.

 

 

oefening REDE
het combineren van textfragmenten en ontwerpelementen

Parafraseer het tractaat A door zinsneden uit tractaat B toe te voegen, woorden te vervangen, zo, dat de interne logica ervan wordt veranderd en een betekenis ontstaat die aanvankelijk strijdig lijkt met de oorspronkelijke betoogtrant, maar die tenslotte een nieuwe redenering laat ontstaan.
Het gaat erom de kunst van het overtuigende spreken -de rethorica- toe te passen.

Of:
Pas de tekst van traat A toe op de ontwerpmethode van tractaat B.
Zo kan een pleidooi voor een strenge compositie bij Durand, bij de fantasie-ontwerpen van Ledoux, Lequeu of Boullee, een mogelijk kritische wijziging op in de ontwerptekening opleveren.
Het gaat in beide opgaven om de consequenties van de wederzijdse confrontaties te beschrijven.

TRACTAAT A:
Etienne Louis Boullee ( 1728 - 1799) traite sur l'architecture (1793 - 1799) verhandeling over de architectuur


Wat is architectuur? Moet ik haar in navolging van Vitruvius defineren als bouwkunst? Neen. In deze omschrijving schuilt een grote fout. Vitruvius verwart oorzaak met gevolg.
Men moet ontwerpen alvorens uit te voeren. Onze voorvaderen hebben hutten pas gebouwd nadat ze er een beeld van hadden gevormd. Deze geestelijke productie, deze schepping, vormt architectuur, die wij dus definieren als de kunst om te ontwerpen en om ieder bouwwerk te volmaken. De bouwkunst is dus slechts een secundaire kunst, die we de wetenschappelijke kant van de architectuur zouden kunnen noemen.
Men moet het wel met mij eens zjn dat de schoonheden van de kunst niet vastliggen als mathematische waarheden. Hoewel deze schoonheden voortkomen uit de natuur, moet men om er gevoelig voor te zijn en ze met succes te kunnen gebruiken, begiftigd zijn met eigenschappen die de natuur slechts spaarzaam ronddeelt.
Wat zien we in al die boeken over architectuur? Ruines van oude tempels, die onze geleerden zijn gaan opgraven in Griekenland. Hoe volmaakt die voorbeelden ook zijn, ze zijn niet uitgebreid genoeg om een complete verhandeling over de kunst te kunnen vormen.
En nu, waarde lezer, vraag ik u of ik niet met zeker recht kan stellen dat de architectuur nog in de kinderschoenen staat, omdat men nog geen vaststaande begrippen heeft voor de beginselen van deze kunst.
Een werk met karakter scheppen betekent op de juiste wijze gebruik maken van alle mogelijkheden om gevoelgens bij ons op te roepen, die niet uit het voorwerp op zich voortkomen. Om te begrijpen wat ik versta onder karakter of direct effect, kunnen we de grootse taferelen van de natuur in beschouwing nemen. We kunnen dan constateren dat hun uitwerking op onze zintuigen ons dwingt ons op een bepaaalde manier uit te drukken. In ze zomer heeft de natuur haar werk voltooid; alles heeft een volmaakte vom bereikt: groot, juist, puur. De contouren zijn duidelijk; de manier waarop alles is uitgewerkt, verleent er edele en verheven proporties aan; de kleuren zijn levendig, stralen en in al hun luister. Het licht heeft een levendige en verbluffende uitwerking.

TRACTAAT B:
Jean Nicolas Louis Durand (1760 - 1834)
precies des lecons d'architecture donnees a l'ecole polytechnique (1802 - 1805)


Architectuur is de kunst om allerlei openbare en particuliere bouwwerken te ontwerpen en ten uitvoer te brengen.
Van alle kunsten is de architectuur de kostbaarste: het kost veel om een doodgewoon particulier bouwwerk neer te zetten; het kost kapitalen om openbare gebouwen te laten verrijzen, zelfs als men in beide gevallen bedachtzaam te werk gaat; maar als men zich sclechts laat leiden door vooringenomenheid, grilligheid of routine, worden de ermee gemoiede bedragen torenhoog.
Ik ben geenszins van mening dat architectuur niet kan behagen; ik beweer daaretegen dat zijn onmogelijk niet kan behagen wanneer zij aan haar waren beginselen beantwoordt. Scheppen wij niet een volkomen natuurlijk genoegen in het bevredigen van onze behoeften en schenkt de bevrediging van onze meest dringende behoeften niet het meeste plezier?
Men moet er dus in de architectuur niet naar streven te behagen, want wanneer men zich slechts inspant het werkelijke doel te bereiken, dan is het onmogelijk dat dit niet behaagt, en wanneer men ernaar streeft te behagen kan dit belachelijke gevolgen hebben.
Pracht en praal, afwisseling, de indruk en het karakter van een bouwwerk zijn ongetwijfeld ook schoonheden en wekken ook genoegens op. Maar waarom zouden wij ze zo vurig nastreven? Wanneer een bouwerk zo ingericht wordt als overeenkomt met het gebruik waarvoor het bestemd is, verschilt het immers al duidelijk van een ander gebouw dat eeen andere bestemming heeft. Heeft het da niet vanzelf karakter en, wat meer is, een eigen karakter?
Als wij goed bekend zijn met deze elementen die voor de architectuur zijn wat woorden zijn voor het betoog of de noten voor de muziek en waarvan detekenis onontbeerlijk is voor verdere studie, zullen we zien:
1. hoe ze onderling te combineren zijn, dat wil zeggen wat de plaats moet zijn van het een ten opzichte van het ander, zowel in het horizontale als in het verticale vlak.
2. hoe men door middel van deze combinaties de verschillende onderdelen van gebouwen kan vormen, zoals portica's, portalen, vestibules, trappen aan binnen- en buitenzijde, allerlei soorten zalen, binnenplaatsen, grafkelders of fonteinen. Wanneer wij deze onderdelen goed kennen, zullen we zien
3. hoe deze op hun beurt gecombineerd moeten worden om een heel gebouw te vormen.