UTOPIE
over tirannie via ideaalstad tot overwonnen aarde

De term utopie is afgeleid van oe-topos, dat ‘nergensland’ betekent, een plaats,
waarover men slechts kan dromen. Het is het na te streven, maar schier onbereikbare ideaal. Vooral is de utopie verbonden met het verlangen, naar een oorsprong, die er ooit zou zijn geweest, waar de mens in harmonie met de natuur zou hebben geleefd : het aardse paradijs, ooit de afspiegeling van de hemel.

Het verloren paradijs is in onze door de joods-christelijke cultuur bepaalde samenleving nog altijd de straf voor de zonde, die de eerste mensen bedreven, en dat we sinds die tijd slechts door hard te werken kunnen terugverdienen in de vorm van het beloofde land. In de klassieke Oudheid gold Atlantis als het verzonken ideaal. Voor de filosoof Plato vormde de utopie een kritiek op de vroege vormen van de Griekse democratie. In zijn ogen kon het volk niet regeren, maar zou een alleenheerser en bovendien een wijsgeer de leiding moeten hebben over een de ‘staat’. In zijn traktaat Utopia geeft hij zowel een omschrijving van als nauwkeurige tekeningen van een stadsplan, dat de wereldorde vastlegt en beheersbaar maakt.

Sinds deze christelijke en klassieke idealen werden geformuleerd, die overigens in de vorm van ‘scheppingsverhalen’ iedere cultuur op aarde hebben aangestuurd, tracht men dit ideaal van een ‘heilstaat’ te realiseren. Ofwel te vuur en te zwaard zoals de Civitas Dei in de Middeleeuwen werd afgedwongen. Ofwel in onderlinge strijd, waarmee de Renaissance wordt gekenmerkt. Door de klassieke erfenis van het rechthoekige ‘castrum’, afgeleid van de Griekse kolonie en het Romeinse legerkamp, te vermengen met de stad, die Vitruvius in de vorm van een cirkelvormige ‘windroos’ had ontwikkeld, samen te brengen ontstond de ‘ideaalstad’. Filarete is een van de eersten, die yoor zijn opdrachtgevers, de Sforza-familie te Milaan, zo’n ideaalstad ‘Sforzinda’ met alle bijbehorende gebouwen schetst.

Reeds eerder had Piero della Franscesca met behulp van het centraalperspectief het magistrale karakter van een ideaalstad geschilderd, waarin historische monumenten zoals het Romeinse Colosseum en de Doopkapel van Florence als gezuiverde lichamen zijn opgenomen.

De historicus Rykwert schetst in zijn boek ‘The idea of a town’ de ontwikkeling van de stad vanuit deze elementaire vormen van vierkant en cirkel in het besef, dat deze geometrische heldere vormen met een universele en in aanvang religieuze visie zijn verbonden. Zo kennen we de zonnesteden in culturen, waarin de natuur als een goddelijke grondslag werd erkend en vereerd, de geometrie vertegenwoordigde een goddelijke orde, die met de hemel overeenstemde.

De historicus Benevolo toont in zijn boek ‘The history of the city’ aan hoe de eerste idee van de stad van een religieus ideaal naar een profaan ideaal wordt ontwikkeld, maar de ideaalstad blijft eeuwenlang een spanning houden van twee wereldorden. Bij de historicus Taverne lezen we onder andere over de opkomst van de ‘landmeter’, die de ideale geometrie mede helpt verkavelen, zodat een materiele orde langzaam aan zich gaat ontwikkelen naar hetgeen nu in de huidige planning als ruimtelijke ordening wordt genoemd en waar alles onder controle zou kunnen worden gebracht, mits onze samenleving ‘maakbaar’ zou zijn.

In de Barok ontwikkelt de ideaalstad haar meest perfecte vorm, met name dmv haar uitwendige vorm, die als vestingwerk de stad haar bescherming biedt. De franse bouwmeester Vauban zal ver buiten zijn eigen land worden gevraagd, zoals voor de voltooiing van Petersburg, om de stad als militair bolwerk te ontwerpen. Het zijn volmaakte uitdrukkingen van de absolute macht van de vorst, zij dwingen de vijand of tot een jarenlang beleg o f tot een onderwerping. Tenslotte worden de wallen met de uitvinding van het buskruit geslecht, maar de schootsvelden vormen vaak de aanleiding om de stad in een nieuwe grandeur te ontplooien, zoals bijvoorbeeld in Wenen met de aanleg van de Wiener Ring in de 19' eeuw is gebeurd. In het verlengde van dit ‘prachtige’ stadsidee, heeft zich in Amerika ‘the City Beautiful Movement’ afgetekend om het utopisch karakter van het land van de onbeperkte mogelijkheden kracht bij te zetten.

Parallel aan de ideaalstad heeft zich het villa-ideaal ontwikkeld, hetgeen als de antithese van de stad geldt. Het was de architect Palladio, die aan de grote exodus uit Venetië heeft bijgedragen door een ideale synthese te ontwerpen van een stadspaleis en een landhuis : een villa, die met haar uitgestrekte armen het omringende landschap beheerste en via haar geometrische orde een grandeur uitstraalde om het opstandige gepeupel uit de stad zowel aan de ‘heerboer’ te onderwerpen als een nieuwe toekomst te bieden, nadat het verval van de handelspositie van Venetië de stad, aan de rand van de afgrond had gebracht. De dubbelzinnige positie, die de villa in het nieuwe economische ideaal van de landbouw - de Santa Agricultura – in had genomen, vormde de reden, om over een ‘negatieve utopie’ te spreken : een utopie van vooruitgangsgeloof en regressie.

Feit is, dat het stedelijk ideaal en het landelijk ideaal eeuwenlang hand in hand zijn gegaan. Sterker nog : ze vormden elkaars rivaal of ze vulden elkaar aan. Zo kan het villa-ideaal, sterk uitvergroot tot het Paleis te Versailles of tot de St.Pieter te Rome worden beschouwd als een instrument om de stad opnieuw tot de orde te roepen. In het geval, dat zij elkaar aanvullen, zien we in de 19de eeuw de ontwikkeling van de ‘tuinstad’, waarin de nadelen plaats maken voor de voordelen van beiden.

Gaat het hier om idealiteiten, die op zich zelf konden worden ontwikkeld, dan geldt voor de reconstructie van de bestaande stad het besef, dat deze van een proces afhankelijk is. Zo reconstrueerde Piranesi in de 17de eeuw het Antieke Rome via talloze kopergravures ; zijn beroemde Marsveld werd niet gebouwd, maar zijn invloed is tot de dag van vandaag werkzaam. Laugier bouwde evenmin zijn stadstheorie : de stad als een ‘ontworpen woud’, waarin de chaos van de stad met minimale middelen - poorten, straten en pleinen- werd geordend. Twee eeuwen later werd zijn visie in Parijs toegepast toen de beruchte Baron Haussman zijn boulevards dwars door de verstikte stad aanlegde. Ook hier was sprake van een onderdrukking van het volk, maar tevens werd ook de metro aangelegd. In Londen realiseert Nash het Regent’s Park, dat een complex voor de nieuwe burgerij tussen het koninklijk paleis en een stadspark opspant.

Als in het 19' eeuwse Wenen, het debat plaats vindt om, verder dan de Wiener Ring, de stad uit te breiden vragen twee utopische visies de aandacht. Terwijl de stadsarchitect Wagner voor een ‘unbegrenzte Groszstad’ pleit en daarmee de weg vrij maakt voor de Siedlung’ buiten de stad, is het de theoreticus Sitte, die de bestaande ‘morfologie’ van de stad wil conserveren en aldus de voorkeur geeft aan de bestaande ‘typologie’ van het ‘Hof ofwel het woonblok. Een eigenzinnige synthese van beiden lijkt de door Ehn gebouwde Karl Marxhof te zijn, een bolwerk van socialisme.

De kwestie van stadsreconstructie loopt parallel aan de sociale utopie. Allereerst zal in 1516 Thomas More, in de tijd van Erasmus en Luther, op grond van Plato’s stadsstaat eveneens een boek Utopia lanceren als commentaar op de brute tiran Hendrik VIII. Hij beschrijft, als een ‘communist avant la lettre’ een ’groen eiland’, waarin het privé-bezit onder andere van de grond is afgeschaft en de mensen de taken op het land en in de stad afwisselend uit voeren in een 8-urige werkdag. In de 17de eeuw zal Ledoux de eerste industriële utopie realiseren in zijn Zoutstad te Arc et Senans. Vervolgens is het Fourier in de 18de eeuw, die met zijn ontwerp voor een Phalanstère, dat de vertaling vormt van het Paleis van Versailles, maar nu als ‘socialiseringsmachine’ op het volk is toegesneden, een theorie ontvouwt, waarin de mens in 7 stadia tot harmonie zou komen. Ook hier een exacte uiteenzetting tot en met het ideale aantal mensen per eenheid : 1620, een getal, dat Le Corbusier in de 20' eeuw voor zijn Unité d’Habitation als maatstaf zal nemen.

 

oefening UTOPIE
het ontwikkelen van een complex idee met behulp van voorbeelden

Kies één of meerdere (architectonische en/ of stedenbouwkundige) utopische modellen uit de architectuurgeschiedenis:
een militair of religieus bolwerk, een rond of rechthoekig geometrisch plan, een lineair systeem of netwerk, een tuinstad of een grootstedelijk grid; en ligt in het kort het wat en waarom van dit model toe.

Vul het model dan via een collage of sample in, zodat het modelmatige (de 'onderlegger') qua sfeer, qua functies en programma tot leven komt.
Geef hierbij kort aan waarom je wat waar geplaatst hebt. Projecteer vervolgens je ideale plattegrond in een reële, bestaande locatie naar keuze, bijvoorbeeld Eindhoven, Amsterdam, Berlijn of New York, zoals Le Corbusier een groot deel van Parijs uitgumde (tabula rasa, ofwel schone lei) om er zijn Ville Radieuse voor in de plaats te leggen: het gaat hier om het confronterende contrast aan de randen.

Gevraagd wordt de plattegrond van het originele model, een toelichtende tekst en een 3D-tekening/collage van het eindresultaat. Ook kan (in groepsverband) een maquette gemaakt worden.



- DE ASSISTENT:
Ontwerp je eigen ideaalstad, niet minder! Geef je fantasie de ruimte bij de opzet, invulling en vormgeving van je eigen ideaalstad.

De geschiedenis van de filosofie, theologie en architectuur wemelt van de utopieen. Bijvoorbeeld:

Hesiodus bedenkt in -750 “Het Gouden Tijdperk”.
Plato geeft in -400 zijn dialoog “De Staat” de inrichting van de 'perfecte samenleving'.
Thomas More schrijft in 1518 “Utopia”, Campanellain in 1623 “Civitas Solis”.

Bewoners van de fantastische steden zijn gezond, onafhankelijk en hoeven meestal nooit, of in ieder geval nauwelijks te werken.
De ideale samenleving behoeft de ideale stad. In het Utopia van Thomas More zijn de 54 steden allemaal hezelfde opgezet en ingericht. Alle straten 6m breed (auto’s nog niet uitgevonden) en alle huizen gelijk aan elkaar. Deuren hebben geen sloten zodat de bewoners zonder gedoe overal in en uit kunnen. Inbrekers zijn niet nodig, privebezit bestaat niet.

In 7 ringen rond een heuvel ligt Campanella’s “Civitas Solis” ,“Zonnestaat”. De buitenste ring heeft 4 stadspoorten gericht op de 4 windrichtingen. Achter iedere poort leidt een brede straat het centrum in.


In de fantastische utopie “New Babylon” van de Nederlander Constant Nieuwenhuys is arbeid afgeschaft
(overgenomen door robots) en hebben de mensen alle tijd om te... spelen!
Soms worden ontwerpen voor ideaalsteden rechtstreeks in de bestaande maatschappij geparachuteerd. Het idee is dat de ideale stad als vanzelf ook de ideale samenleving genereert.

Oscar Niemeyer en Le Corbusier bouwen in 1956 Brasilia, de nieuwe hoofdstad van Brazilie.

”…located in the Central-West Region of Brazil, the city is planned and constructed in the late 50's and early 60's (...). The idea behind it was to fill the great void in the deserted Central-West Region and to attract settlers in an effort to integrate this region with the coastal areas. The city is carefully planned by Brazil's most famous architects after an aerial survey of the region. Conceived as a utopian capital city that would metamorphose Brazilian society into a new social order, Brasília is the apotheosis of the modernist belief in architecture as an agent of change.” (Blazdell)

Leon Krier is een utopist van het gezellige soort. Zijn plannen zijn zelfs zo gezellig dat de film “Truman Show” in het door hem pastel gekleurde dorp “Seaside” werd opgenomen. Overigens wordt het grootste deel van zijn plannen in Nederland gerealiseerd. En Nederlanders zouden niet romantisch zijn!

En van droombeeld naar doembeeld is het slechts een kleine stap. Ontspoort de boel dan breekt de hel los. De dystopie is de gerealiseerde utopie die een nachtmerrie blijkt te zijn.
De dubbele moord in Krier's Brandenvoort is nog niks. Bewoners waren desondanks 'geschokt' dat zoiets vulgairs in hun wijk was afgeschoten. Detail 2: Twee handlangers die op de uitkijk zouden staan verdwaalden eerder in de aangrenzende nieuwbouwwijk.

In veel dystopien zijn vrijheid en gelijkheid zo gerationaliseerd, dat de volledig gecontroleerde samenleving een gevangenis is geworden. Bekende dystopiën zijn “1948” van Orwell en Huxley's “Brave New World”.

Creativiteit en destructie liggen niet ver uit elkaar. Architectuurhistoricus Mark Wigley onderstreepte het gedwongen huwelijk tussen droomland en doembeeld. De vorige eeuw was er volgens hem een van grote visies, maar ook een van massavernietiging. En dat gaat blijkbaar goed samen.
"Als mensen echt weten wat ze willen, kunnen ze over lijken gaan", aldus Wigley.

Tip: 'De onzichtbare steden' van Italo Calvino.