Oefeningen en scripties   

Oefeningen

Wat moet je doen? Lees alle oefeningen. Kies 2 paren uit de collegeschijf, en maak de 4 bijbehorende oefeningen.
Kies uit de collegeschijf:

1] oorsprong & utopie 
2] avant garde & extase 
3] rede & reveil
4] modern & postmodern 


De oefeningen beogen een kennismaking en een actieve en creatieve omgang met de geschiedenis. Geschiedenis geldt hier niet als leerstof over een kerkhof van stijlen, maar als bron van inspiratie, als bron van ontwerpstrategieën, dwars door alle tijdsbanden heen en altijd inzetbaar.

Het bij de oefeningen geleverde beeldmateriaal is niet meer dan een illustratie, dwz voor de oefeningen wordt gevraagd dat je materiaal uit de bibliotheek gebruikt.
Vragen? Mail de assistent.

Scriptie

In plaats van 4 oefeningen kun je ook een scriptie maken over 1 van de 4 bovengenoemde clusters. De scriptie is ca. 2500-5000 woorden groot, en moet voorzien zijn van adequaat illustratiemateriaal, een literatuuropgave en voetnoten. De bedoeling is inhoudelijk inzicht te tonen in de stof van de aanbevolen literatuur, het college en/of het online-dictaat met betrekking tot het onderwerp. De via de literatuurstudie verkregen argumentatie moet kritisch verwerkt worden. Voor de scriptie kunnen onderstaande vragen een inhoudelijke leidraad vormen:

1] Hoe is/was de algemene invloed van maatschappelijke denkbeelden cq historische feiten op de architectuur, en in het bijzonder: welke rol speelde de kunst, de wetenschap cq politieke en sociaal economische voorwaarden?
2]
Hoe is/was in het algemeen het verband tussen de stijlkenmerken van een gebouw cq ensemble met de functionele, technische, landschappelijke en stedenbouwkundige eisen, en in het bijzonder: hoe vormt een architectonisch ontwerp qua compositie, structuur, vorm, kleur, schaal, situering etc een bijdrage cq commentaar aan het alledaagse, de historische ontwikkeling, de kritische zin?


Algemeen

Begeleiding: De oefeningen worden voor de tweede maal in de architectuurgeschiedenis online begeleid. De begeleiders beantwoorden alles.Overleg met je atelier van te voren wat je vraagt want dat werkt het handigst. Uiteraard worden ook individuele vragen beantwoord. Alle mails worden vrijdagochtend beantwoord teruggemaild. Bijvoorbeeld: vragen over het college, over texten, vragen over de text van de oefening, of hoe je de oefening moet aanpakken. Schroom niet, wij eten alles!

De werkstukken kunnen of individueel, of groepsgewijs (per atelier) gemaakt worden. Iedereen maakt dan of 2 thematische clusters (4 oefeningen) of een scriptie, met uitzondering van de redactie, bestaande uit 2 a 3 studenten per atelier. Redacteurs van maken slechts 1 cluster van de oefeningen, maar denken daarnaast na over de totale inhoudelijke samenhang, zowel inhoudelijk (ieder redactielid schrijft 1 redactioneel), als qua lay-out. De redactie voorziet tot slot elk groepswerkstuk van een inhoudsopgave met daarin de taakverdeling. Vergeet de namen en identiteitsnummers niet!

Uiterste inlever datum: laatste dag van het trimester, bij het secretariaat Architectuur

Veel succes!


Inhalen, herkansen of aanvullen.
Onvoldoende? Dat geeft mogelijkheden!

Wat moet je doen:
( Zie boven onder 'oefeningen' en 'scriptie'.) Kortom:
-----
Alsnog (af)maken van de gekozen 4 oefeningen,
-----Een vergelijking maken tussen twee of meer architecten, stromingen of bouwwerken uit verschillende historische perioden,
-----Een samenvatting maken van een historische periode op grond van de vergelijking tussen twee of meer geschiedschrijvers Vragen? Mail de assistent.

Herkansen of aanvullen?
Architectuurgeschiedenis 1 - 7U 050. Herkansen, inhalen en aanvullen kan tot einde tentamenperiode augustus. Het nieuwe jaar begint met een nieuwe opdracht. De huidige opdracht vervalt per september.


Criteria voor het werkstuk: minimaal 3000 en maximaal 6000 woorden en voorzien zijn van adequaat illustratiemateriaal. Het werkstuk wordt beoordeeld op inhoudelijke diepgang op grond van de verwerking van via voetnoten genoemde literatuur, de colleges, het dictaat en de literatuuradvieslijst, het eigen oordeel, dat op -een door literatuurstudie verkregen- argumentatie moet kunnen steunen.